SSB INFO 7 d.d. woensdag 1 oktober 2003

 

BESTE OM's

Langzaam maar zeker beginnen er meer transceivers te werken. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot want er blijven problemen op te lossen en dat merk ik aan de telefoon.

We zijn een beetje laat met het reageren op jullie brieven. Freek zit met z'n rechterarm in het verband door een gescheurde spier en daardoor gaat het bedienen van de PC wat lastig. En mijn XYL zit na een operatie aan een vinger ook in het verband waardoor ik mijn tijd moet verdelen tussen de transceiver en huishoudelijke werkzaamheden.

En voor de transceiver moet ik de tijd ook nog verdelen tussen het verzenden van (aanvullende) pakketten en het helpen oplossen van technische problemen. En iedereen vindt zijn probleem het belangrijkst! Dus graag wat geduld, de winter duurt nog lang!

 

ALGEMEEN.

Het vraagt wel veel inzet en inventiviteit om alles aan het werken te krijgen. En dat geldt speciaal voor de snelle bouwers. Ik had gedacht dat het met minder problemen zou gaan maar de realiteit wijst anders uit. Er zijn mensen die zich hieraan ergeren maar ik hoop dat ze dat vergeten zijn als alles goed werkt.

VEEL DANK aan alle snelle bouwers die me helpen bij het oplossen van de technische problemen. Ik zal ze niet allemaal opnoemen want dan vergeet ik natuurlijk iemand.

Onderaan deze info vind je antwoorden op vragen en oplossingen uit jullie brieven. En een aantal door jullie aangedragen oplossingen is verwerkt in deze infobrief.

De "problemen" zijn voor een deel ontstaan in de hectische dagen rondom de jaarwisseling toen jullie mij steeds maar vroegen waar de pakketten nou bleven, HI. Nee, zo is het natuurlijk niet helemaal maar het is wel zo dat een aantal componentenwaarden nog niet vast lagen. Daarom hebben we ze wel op de print gezet met de gedachte: "Het is gemakkelijker om iets weg te laten dan later iets onder de print te moeten hangen". Zo is het bijvoorbeeld met C65 in de MF versterker en C38 in de VFO. Ook lag een aantal weerstandswaarden nog niet vast en we hebben dan maar een waarde gekozen die zo dicht mogelijk in de buurt van de juiste moest liggen. Maar daarom moeten sommige weerstandswaarden nu nog wel aangepast worden.

Ik hoop dat we jullie het leven daarmee niet al te moeilijk maken maar gezamenlijk komen we er zeker uit. Blijf lachen want het komt zeker goed! Er zijn al meerdere werkende transceivers. En als je over enige tijd je duizendste QSO met de transceiver maakt ben je alle ellende allang vergeten! En het stak me toch een hart onder de riem toen Wim, PAoWDW opmerkte:

"Ik ben blij dat er nog zoveel moet gebeuren want nu kan ik er lekker zelf nog aan knutselen en anders had ik net zo goed een Jappendoos kunnen kopen".

Ik hoop niet dat de "langzame" bouwers nu teleurgesteld zijn omdat alle problemen (bijna) opgelost zijn! HI.

 

 

PAKKETTEN,    HET EERSTE OF AANVULLEND.

Volgens onze administratie zijn nu alle pakketten verstuurd, op een paar aanvullingen na. Als je iets nog niet hebt ontvangen, laat het dan via E-mail even weten dan komt het zo spoedig mogelijk in orde.

Vermeld wat je nog nodig hebt! Pakket, aanvullend, omzetters of componenten.

 

KLACHTEN.

We kregen een klacht dat brieven met problemen niet gepubliceerd worden. Daar zijn we inderdaad heel voorzichtig mee. Want uit een aantal brieven blijkt dat wat eerst een probleem was, een paar dagen later opgelost is. We moeten dus echt als zeef optreden en alleen de oplossingen publiceren.

 

 

 

 

TECHNISCHE  PROBLEMEN.

Zoals al in Info 6 vermeld vraag ik je, mij hierover te bellen. De vragen per E-Mail te beantwoorden is onbegonnen werk. Elk antwoord werpt weer een nieuwe vraag op en als we er over de telefoon over praten is het meestal snel opgelost. Die oplossingen verwerk ik dan in een infobrief zoals deze. Daarbij geef ik dan ook wat extra info over de werking van de betreffende schakeling of een bepaald detail er van. Want regelmatig krijg ik vragen over een bepaalde diode of transistor of andere componenten en waarom die daar zit en wat de functie er van is.

De volgende zaken komen mede uit jullie brieven en telefoontjes. Maar eerst weer wat technische info, ook naar aanleiding van vragen.

 

DE  ONTVANGER.

Als je de ontvanger voor het eerst werkend hebt komt er (hopelijk) geluid uit de luidspreker en je hoort signalen als je aan de afstemknop draait. Maar je weet nog niet of alles goed werkt. Hieronder vind je beknopt wat ontvangertheorie en een aantal hints om globaal vast te stellen of en hoe alles werkt.

Ten eerste kun je de ontvanger vergelijken met een andere ontvanger. En als hij direct heel levendig klinkt en je hoort op alle banden signalen is vrijwel zeker alles in orde, zeker als de S-meter op al die signalen uitslaat. Maar als je met een grote antenne er aan nog niet veel hoort is het niet goed.

 

 

De  ontvangergevoeligheid.

Als alles goed werkt heeft de ontvanger een normale gevoeligheid. Dat wil zeggen, 0,1

µV is hoorbaar en bij ca. 0,5 µV begint de AGC te werken. Vanaf dat niveau mag het laagfrequent uit de luidspreker of koptelefoon nauwelijks veranderen bij een toenemende HF signaalsterkte.

Het regelbereik van de AGC is ca. 100dB dus met ca. 200 mV, (min 10 dBm), staat de S-meter rechts in de hoek en S9, 50 µV ligt ongeveer in het midden. Nu is dat natuurlijk moeilijk vast te stellen als je geen signaalgenerator hebt.

Maar elke normale HF antenne is ook een signaalbron. Als je beschikt over een normale antenne voor bijv. 80 meter en je sluit die overdag aan op de ontvanger, dan moet de S-meter op de bandruis en storing, minstens uitslaan tot ca. 20 µA. Op 10 meter is dat ca. 5 tot 10 µA.

Nu hoorde ik van een paar mensen dat de ontvanger ongevoelig is. Dat kan verschillende oorzaken hebben en het is op afstand moeilijk vast te stellen maar hier volgen een paar tips.

 

Lees eerst het stuk hieronder over het oscilleren van de middenfrequent versterker. Controleer alle voedingsspanningen op de versterkers en de mixers. Controleer ook de spanning op de Gates 2 van de drie versterkers. Dat kan alleen met een hoogohmige meter zoals de meeste digitale meters. Als er geen signaal is moet er ca. 8 tot 9 volt staan. Op de sources staat dan ca. 2 tot 3 volt. De Gates1 hebben dezelfde spanning als de source.

En controleer dan of de hierboven aangegeven werking van RF-gain en S-meter klopt. De ontvanger moet ruisen als je de LF- en RF-gain op maximaal zet. Als er geen ruis is kan de fout zitten in de MF versterkers, zoals ook hieronder is aangegeven. Als je wel ruis hebt controleer dan eens of die verandert als je aan de trimmer C1 in de 10,7 MHz versterker draait. Als dat zo is zit de fout waarschijnlijk vóór deze versterker, naar de antenne gezien. Regel de trimmer op maximale ruis.

Sluit nu eens de ingang van de SSB print, de coax aan BU1, kort tegen massa. Als je nu de ruis hoort verminderen zit de fout waarschijnlijk in het bandenfilter.

Als je de attenuator "aan" zet moet je ook een ruisvermindering horen. Want als je de verzwakker aanzet verminder je de versterking van de voorversterker.

En dan kun je voorzichtig met een pennetje of schroevendraaier alle gevoelige punten aanraken en luisteren of je storing hoort. Zo vind je misschien waar de gevoeligheid ophoudt.

Voor en na de bandenfilters mag dat maar weinig verschillen en dat geldt ook voor de diodeschakelaar tussen de bandenfilters en de RX ingang BU1.

 

LUISTEREN.

Bij het luisteren naar radiosignalen op de kortegolf banden zoals wij dat doen, gaat het om de signaal/ruis of signaal/stoor verhouding. Want soms geeft men een signaalsterkte rapport van bijv. S9 + 10 dB, dat wil zeggen, dat geeft de S meter aan. Maar als er QRM of storing is van S9, is de signaal/stoor verhouding maar 10 dB. Het tegenstation vraagt zich af waarom hij steeds zijn naam moet herhalen! Eigenlijk zouden we dan een rapport van 10 dB of 1,5 S-punt moeten geven.

Als de signalen net zo sterk zijn als de ruis of de storing nemen we de signalen nog wel waar maar onze hersenen kunnen er geen informatie uit halen.

Er is een zeker verschil nodig tussen de ruis en het signaal voordat wij er info uit kunnen halen. Dat is per persoon verschillend, maar meestal is 6 DB, dus een dubbele spanning of vier keer in vermogen, voldoende. Maar hoe harder, hoe beter en wij vinden een signaal/ruis verhouding van bijv. 40 dB heel prettig omdat we dan geen ruis meer waarnemen. Maar 40 dB verschil zouden wij met onze oren en hersenen niet kunnen verwerken, je zou na 5 minuten doodmoe zijn. Om die signaalsterkte  verschillen terug te brengen tot voor ons prettige waarden zit er in de ontvanger een regelsysteem, een Automatische Hoogfrequent Regeling, of in het Engels AGC, "Automatc Gain Control". Die regelt de ontvangerversterking zodanig dat alle signalen even hard uit de luidspreker komen. En omdat de ontvangergevoeligheid minder wordt bij sterkere signalen verbetert dan de signaal/ruis of signaal/stoor verhouding.

 

AGC, RF GAIN EN S-METER.

Een ontvanger is niets meer dan een zeer goede versterker met een enorm groot regelbereik van zo'n 100 dB. De AGC, dus de Automatische HF regeling, zorgt er voor dat zeer zwakke of zeer sterke signalen even hard weergegeven worden. Daarvoor wordt een regelspanning opgewekt die de drie MF-versterkers regelt. Die spanning wordt lager bij sterkere signalen en regelt dan de versterking van de drie MOS- FET's terug.

Hetzelfde kan ook met de hand gebeuren door middel van de RF gain. Als je daaraan draait breng je als het ware een drempel aan op de ontvangergevoeligheid en dat is heel prettig bij ruis en storing.

Stel je voor dat er S7 aan ruis en storing is. Dat gaat op en neer en dat maakt de ontvangst onrustig doordat de AGC er op regelt. Nu kun je de AGC wel langzaam zetten, dan wordt de ontvangst rustiger maar eigenlijk hoeft de AGC op die ruis en storing helemaal niet te regelen.

Dus dan breng je met de RF gain als het ware een drempel aan op de ontvangergevoeligheid. Die is dan tot dat ingestelde niveau teruggebracht en daaronder regelt de AGC niet meer. De ontvangst is nu veel rustiger en je S-meter staat stil op dat niveau. Daardoor hoor je alle rommel onder dat ingestelde niveau ook veel zwakker uit de luidspreker. Dus de signaal/ruis of signaal/stoor verhouding is verbeterd. En boven het ingestelde niveau regelt de AGC alle signalen weer naar een constant uitgangssignaal.

 

De spanning uit de RF-gain regelaar en de AGC regelspanning hebben dezelfde invloed op de versterking. Één van de twee regelt de versterking van de ontvanger en beide spanningen hebben bij dezelfde versterking dezelfde waarde.

Als die spanning uit de AGC gelijkrichter met T8 en D3 komt, is hij afhankelijk van de sterkte van het HF signaal en komt hij uit de potmeter dan is hij afhankelijk van de stand van de potmeter.

De diode D4 bepaalt welke spanning van invloed is. Is de potmeterspanning lager dan de regelspanning uit de AGC gelijkrichter D3, dan is de diode in geleiding en bepaalt de potmeter de regelspanning ofwel de versterking. Wordt de regelspanning uit de gelijkrichter lager dan de potmeter, dus bij sterkere signalen dan het ingestelde niveau, dan bepaalt die de versterking.

 

De tijdconstante van de AGC ontstaat door R119 en de parallelschakeling van C112 en C 113.

(Parallel? Ja, voor DC staan ze parallel, want als de ene oplaadt, ontlaadt de andere. Dat is zo gemaakt om bij inschakelen van de ontvanger direct de juiste regelspanning te hebben. Antwoord op een vraag uit een brief.)

 

 

De S-meter geeft in feite de AGC spanning aan en die gaat van ongeveer 8 naar 2 volt.

Bij 8 volt is er geen signaal dus alleen maar ontvangerruis en bij S9 + 60 dB, dus maximum signaal heb je ongeveer 2 volt. En omdat de AGC spanning en RF-gain spanning gelijk zijn is er ook een direct verband tussen de S-meter uitslag en de spanning van de RF-gain potmeter.

Met dit gegeven kun je, zonder HF-signaal, al belangrijke delen van de ontvanger testen, n.l. de AGC lijn, de eerste 455 KHz MF versterker T3 en de S-meter. Want die spanning regelt G2 van T3 en de S-meter wordt gestuurd vanuit de source van die FET.

 

  • meter afregeling en

Wanneer alles werkt zoals het hoort kun je met de RF gain de S-meter afregelen. Controleer het circuit van de S-meter nog eens op sluitingen en draai de RF-gain rechtsom. Dat is de hoge spanning dus maximum versterking. Als je nu de voedingsspanning aanzet zal de meter uitslaan. Regel die met P4 op nul. Het moet nu zo zijn dat als je de RF gain linksom draait de S-meter vooruit gaat. Want dan draai je de RF gain potmeter naar de lage spanning en dat is de hoge signaalsterkte. De meter moet dus tegengesteld lopen aan de draairichting van de potmeter en als dat niet zo is moet je de meteraansluitingen omkeren.

Draai nu de RF-gain helemaal linksom, en regel met P6 de meter op 90 µA. Dat komt ongeveer overeen met ongeveer S9 + 50 dB en 100 µA is dan ca. S9 + 60 dB. Als alles goed werkt geeft elke 10 µA van de S-meter een signaalverschil van ongeveer 10 dB aan!

 

 

PROBLEMEN MET DE FET's.

PA0MJK en anderen meldden problemen met de FET's, BF981 en oscillaties in de MF versterkers op 455 KHz. Soms gaan de FET's kapot en soms oscilleren ze. Eigenaardig is dat deze problemen bij sommige mensen wel optreden en bij anderen niet. Ik heb  de FET's als één grote partij ingekocht en het lijkt me onwaarschijnlijk dat er defecte tussen zitten, maar je weet maar nooit.

Mocht je de pech hebben dat ze kapot zijn, bel me dan en laat me weten wat er eventueel gebeurt is. Dan kan ik misschien nagaan wat er aan de hand is en je krijgt nieuwe. Dus maak er geen probleem van! Het is overigens onwaarschijnlijk dat de FET's kapot gaan door het oscilleren, want dan kon je ze ook niet gebruiken voor een oscillator!

Ik heb hierover de laatste dagen veel kontakt gehad met o.a. PA0MJK, PA0SKW, PA0WDW, PA0FRD en PA0NJH en samen met een aantal opmerkingen van mij volgen hierover de volgende aanwijzingen.

 

Let ten eerste goed op dat je de BF981's juist monteert. Als ze verkeerd zitten en je zet er spanning op, dan zijn ze kapot! Het heeft dus geen zin om ze daarna opnieuw te monteren.

Er zijn verschillende manieren om te controleren hoe ze gemonteerd moeten worden. De aansluitingen op de printtekening zijn duidelijk en goed. T1, T3, T4 en T12 worden op hun kop gemonteerd met de tekst van de FET naar beneden. Ze zijn als cirkeltjes getekend en de tekst staat op de lay-out tekening in spiegelbeeld.

T2 en T9 zijn als zwarte rondjes getekend en worden met de tekst naar boven gemonteerd.

Als tweede kun je de montage controleren met de aansluitingen van de FET's en de richting van de signaalweg. De lange aansluiting van de FET is de drain, dat is de uitgang van de FET. Daartegenover zit Gate 1, de ingang. De aansluiting met het zijtakje is de source en tegenover de source zit Gate 2. Het signaal gaat van gate 1, de ingang naar de drain, de uitgang.

Gebruik voor controle beide methodes om er zeker van te zijn dat je ze goed monteert!

De signaalrichting van 10,7 en 455 is zowel op het schema als op de printtekening van links naar rechts en volgt een rechte lijn, dat is hoogfrequent-technisch gezien de beste weg. De source van de FET's moet zo goed mogelijk aan massa gelegd worden en daarom zijn de FET's bij de ontvanger op hun kop, dus met de tekst naar onder gemonteerd. Dan zitten de sources met hun ontkoppelcondensatoren zo dicht mogelijk bij de massaschroeven aan de massa.

 

DE MONTAGE VAN FET's EN HET INSOLDEREN.

De gate van een FET is in principe zeer hoog-ohmig. Als de spanning tussen de gate en het substraat een bepaalde waarde overschrijdt treed er overslag op. En er hoeven maar enkele electronen over te springen en de FET is kapot. Dat is zeker het geval met Gaas-Fet's waarvan ik er al heel veel gemonteerd heb met een uitvalspercentage van ca. 10%.

De BF981's zijn "beschermde" FET's. Die bescherming bestaat uit diodes die parallel aan de gate-aansluitingen staan en inwendig op het substraat "meegebakken" zijn. Die diodes begrenzen de spanning tot een veilige waarde. Maar die diodes kunnen ook maar een bepaalde stroom hebben en als die wordt overschreden gaat de FET toch kapot en dat gebeurt meestal bij het insolderen. Zet de FET's er het laatst in als alle andere componenten gemonteerd zijn want de weerstanden in de schakeling zorgen er dan voor dat er geen grote spanningen meer op de gates kunnen komen. En als de FET's eenmaal op hun plek zitten kan er niets meer gebeuren.

Neem de bekende voorzorgen bij het insolderen en dat begint bij de soldeerbout. Als die direct met de 230 volt verbonden is wees dan extra voorzichtig! Verbind in ieder geval de massa van de bout, dat is het metalen deel waar de stift in zit, met de massa van de print zodat er nooit een spanningsverschil kan ontstaan tussen de bout en het te solderen punt.

Maar denk er ook aan dat bij het solderen de print of het kastje nergens anders mee verbonden is dan alleen met je soldeerbout! Want als bijvoorbeeld het metaal van de bout verbonden is met de randaarde van het stopcontact en de print hangt aan een voeding die niet geaard is, kan er best een flink spanningsverschil zijn tussen print en bout! En er kan ook een spanningsverschil zijn tussen de min van de voeding en de randaarde.

En waar je misschien ook niet aan denkt is dat elke soldeerbout, of hij nu een trafo heeft of niet, altijd capacitief met het lichtnet verbonden is.

Controleer met een digitale meter of er een spanningsverschil is. (Een digitale meter heeft een hoge ingangsweerstand.)

 

Résumé: Op het moment van insolderen mag de losse print, of de print in het kastje niet met een ander elektrisch apparaat verbonden zijn.

Dat geldt ook als je iets moet vervangen of repareren in de buurt van de FET's. Als je een soldeerbout op batterijen gebruikt verbind dan toch ook de bout maar met de print om zeker te zijn.

 

ONGEWENST OSCILLEREN VAN DE 455 KHz MF VERSTERKERS.

Het ongewenst oscilleren heeft meestal te maken met de opbouw van de print en de ontkoppeling van Gate 2 en de source van de FET's. Het is ten eerste van het grootste belang dat de veerringetjes goed zijn gemonteerd zoals in de eerste infobrief is beschreven! Die zorgen voor een goede massaverbinding tussen de print en de behuizing en aan de massa van de print zitten alle ontkoppelingen van de versterkers. Als die massa niet goed is kan het al een oorzaak zijn van parasitair oscilleren.

Dan zijn er de ontkoppelingen van de source en Gate 2. De beide sources zijn goed ontkoppeld want zowel bij T3 als T4 ligt de koude kant van de twee ontkoppelcondensatoren direct aan massa vlak bij de schroeven.

Bij T3 is de ontkoppeling van G2 goed want er is een vrij korte weg van de ontkoppelcondensator C60 naar de massa. Maar de ontkoppeling van Gate 2 van T4 laat te wensen over. Als je goed kijkt zie je dat de benaming van de FET precies onder de FET door het massabaantje loopt en dat onderbreekt! En als je de andere weg naar de massa volgt zie je dat het een lange weg is die bovendien ook nog door andere delen van de schakeling loopt.

Martin, PAoMJK heeft het probleem opgelost door soldeerlippen onder de schroeven te doen en daarmee een extra massaverbinding te maken naar de koude kanten van C60 en C65. Je kunt ook een draadje leggen over de tekst T4 tussen de beide massa's.

Maar het kan gemakkelijker. De condensator van 1nF, C65 is in hoofdzaak bedoeld om samen met R68 een filter te vormen voor eventuele rommel die via die weg in de FET zou kunnen komen. Nu is die kans wel erg klein omdat G2 ongevoelig is. En eigenlijk is de ontkoppeling van G2 niet nodig. Alleen op VHF of hoger heeft de ontkoppeling van G2 invloed op de versterking. Bij de AGC versterker T9 is G2 niet ontkoppeld en de versterking van die FET is normaal. Het beste is dus om C65 weg te laten. Wim, PA0WDW, heeft dit uitgeprobeerd omdat er ook bij hem oscillaties optraden. Het werkte bij hem en bij mij perfect! Dus C65 niet monteren.

 

FOUTZOEKEN 455 KHZ EN VASTSTELLEN WAT ER AAN DE HAND IS.

Het is bij de 455 KHz middenfrequentversterker lastig om vast te stellen wat er aan de hand is als die niet direct werkt. Te meer ook omdat hij samen met de AGC regeling een regellus vormt.

Je weet niet hoe je de verschijnselen die zich voordoen moet interpreteren.

Als er geen signaalversterking is kunnen er twee oorzaken zijn. De FET is kapot, of hij staat te oscilleren zoals hierboven beschreven. Als hij staat te oscilleren "drukt hij zichzelf dicht" en geeft geen versterking meer op de gewenste frequentie.

Bovendien wordt de AGC door die oscillator volledig uitgestuurd en die regelt de totale versterking van 10,7 en 455 terug.

Het ongewenst oscilleren merk je meestal direct wanneer je met je vinger, of bijvoorbeeld een meetpen in de buurt van de FET komt of een van de aansluitingen aanraakt. Dan hef je de oscillatie op en ineens komt er dan geluid uit de luidspreker. (Aangenomen dat het LF aan staat en de RF-gain op maximum.) De FET is dan in orde en niet kapot!

 

Als een FET echt goed kapot is versterkt hij helemaal niet en reageert er niets. Vaak zit er dan een sluiting tussen de gate en de source of de drain. Het kan zijn dat hij dan te veel of te weinig stroom trekt. (Uit ervaring weet ik dat een dergelijke FET ook nog half kapot kan zijn. Meestal trekt hij dan te veel stroom en kan nog oscilleren op een willekeurige, soms zeer hoge frequentie.)

 

 

ONGEWENST OSCILLEREN VAN DE LAAGFREQUENT VERSTERKER TDA 7052.

Dat komt door C98, 22nF. Niet monteren! Waarom ik die er ingezet heb weet ik niet meer. SRI, SRI!

 

ONGEWENST OSCILLEREN VAN DE VERSTERKERS IN HET BANDENFILTER.

Dat treedt op bij zenden en het is me ook door meerdere mensen gerapporteerd. Het komt door de grote versterking van de 2x BFR96 en de 4x BFQ34 versterkers. Het wordt erger als je het deksel op het doosje doet omdat er dan koppelingen optreden via het blik.

Fred, PA0FRD, had dit probleem niet. Maar die heeft de print overal waar mogelijk aan het blik gesoldeerd en dat geeft natuurlijk een zeer goede massa. Dat is vooral belangrijk aan de kant waar de connectors zitten en speciaal bij de zenderconnector. Soldeer aan die kant de print over de hele lengte aan het blik en ook bij de 2x BFR versterker.

 

Heb je de connectors gemonteerd zoals aangegeven? Belangrijk hierbij is de verbinding van de 4x BFQ versterker naar de uitgangsconnector. Daar staat het meeste hoogfrequent op en dat straalt. Die verbinding moet zo kort mogelijk zijn,  niet meer dan enkele millimeters. Het heeft zin om C38 aan de onderkant van de print te monteren, direct tussen het printspoor en het midden van de BNC connector en zo dicht mogelijk tegen het blik.

Ook de verbindingen naar de doorvoercondensatoren moeten zo kort mogelijk zijn daarom moet je ze zo dicht mogelijk bij de aansluitpunten op de print monteren. Zorg er ook voor dat het coax-kabeltje dat tussen de uitgang van de filters en de ingang van de 2x BFR versterker zit, aan beide kanten goed en zo kort mogelijk aan de massa van de print zit.

Over het monteren van de printen in de blikjes vind je ook info in de infobrief 5.

 

De belangrijkste reden van het oscilleren is de te grote versterking van de twee versterkers.

Door die te verminderen is het oscilleren over maar er is nog ruim voldoende output. Bovendien is er dan geen invloed meer van de deksels.

Martin, PA0MJK, heeft dat gedaan door de serieweerstand R64 tussen de versterkers te vervangen door een instelpotmeter van 220 Ohm. Zo kun je de totaalversterking regelen en wat verminderen waardoor het oscilleren verdwijnt. Wim, PA0WDW, heeft het opgelost door de terugkoppelweerstand R67 in de 2x BFR96 versterker te verkleinen naar 680 Ohm. Dat gebeurt ook bij de ontvangerversterker als we die "uitschakelen".

Hij rapporteert een mooie gelijkmatige output van ruim 100 mW over het hele bereik van alle banden met een iets oplopen op de hogere banden. Ik raad deze manier aan omdat je dan echt de versterking terug brengt.

Ik heb het in mijn prototype ook gedaan en het werkt perfect. Er is ruim voldoende sturing voor de eindtrap want die heeft maar ca. 20 mW nodig.

 

ONVOLDOENDE OUTPUT EN STURING BIJ SSB EN GENOEG BIJ CW.

Dat meldde Fred, PA0FRD. Er zijn heel wat telefoontjes geweest voor het in orde was. En achteraf is de oplossing weer heel logisch. De oorzaak was een te lage +TX spanning.

In mijn prototype gebruik ik nog een relais om de +RX en de +TX te schakelen. Dat geeft een harde 12 volt voor beide spanningen. Maar op de schakelprint gebruiken we transistoren die de twee spanningen leveren en daardoor was de +TX maar ca. 10,5 volt. Die spanning gebruiken we ook om de diodeschakelaar S3 op de SSB print te schakelen. En omdat die spanning net iets te laag was ging T7 niet goed uit geleiding bij zenden. Daardoor bleef diode D171 in geleiding en kwam er niet genoeg dubbelzijband-signaal uit de balansmodulator aan de ingang van het SSB filter.

De oplossing is tweevoudig. Ten eerste moet de weerstand R45 op de schakelprint van 4K7 naar 2K2. Dan wordt de +TX ca. 11,2 volt.

Ten tweede verklein je de weerstand R178 op de SSB print naar 4K7. Dan gaat T7 goed uit geleiding bij zenden en ook D171.

 

DE MICROFOONVERSTERKER/COMPRESSOR DOET HET NIET GOED.

De weerstand R4 is veel te groot, die moet je verkleinen naar 47 Ohm.

PA0WDW had nog een vreemd verschijnsel bij T1. Het leek wel of daar ook een oscillatie optrad en hij heeft dat opgelost met een C'tje van 100 pF van de basis naar massa.

Maar nu ik de print bekijk zie ik dat er geen HF ontkoppeling aan de collector zit! En er zit een flinke spoel in de collector in de vorm van de verbinding naar C3. En het is bekend dat een emitttervolger op deze manier gebouwd een uitstekende oscillator is! Er moet dus nog een C'tje van 10, 22 of 47 nF van de collector naar massa. Dat kun je heel gemakkelijk aan de onderkant monteren op de verbinding van R2 en het baantje dat naar de collector gaat en de massa die daar bijna tegenaan ligt.

 

DE ZENDER GAAT AAN BIJ OMSCHAKELEN NAAR CW.

Dat komt omdat de PTT lijn dan naar massa getrokken wordt met de weerstanden rondom T4 in de controlbox. De oplossing is een diode in serie met R23 met de kathode wijzend naar de PTT lijn.

 

SAMENVATTING VAN DE "AANPASSINGEN" VAN INFO 7

  1. SSB print, C65, 1nF niet
  2. SSB print, C98 (LS) niet
  3. SSB print, R178 veranderen naar
  4. Bandenfilter, R67, 2K2 verkleinen naar 680
  5. Controlbox, R4 veranderen naar 33,47 of 56
  6. Controlbox, 22nF monteren van de collector van T1 naar
  7. Controlbox, een diode in serie met Kathode wijzend naar de PTT lijn.
  8. Schakelprint, R45 veranderen naar

 

DE  COMPONENTEN.

Als je de genoemde componenten niet in de junkbox hebt en je kunt er ook niet aankomen, stuur dan een aan jezelf gerichte en voldoende gefrankeerde enveloppe naar mij en het komt in orde.

Doe daarbij een lijstje wat je moet hebben!

 

HET NIVEAU VAN DE OSCILLATORSIGNALEN OP DE MIXERS.

PA0SKF had weinig output bij zenden. Hij dacht dat het misschien lag aan een laag oscillatorsignaal op de tweede mixer, daarom hierover wat info.

De mixers 6440 zijn vrij ongevoelig voor het niveau van de oscillatorsignalen. De fabrikant geeft op dat er 200 mV effectief moet zijn, dat is ca. 5 volt piek-piek. Ik meet op de eerste mixer 400 mV pp en op de tweede mixer die gestuurd wordt door de VFO, 200 mV pp. Als het niveau van de VFO wat te laag is kun je dat vergroten door de weerstand R8 die de basis van de BFR96 voedt te verkleinen naar 22K. Je kunt er ook een 47K parallel, aan de onderkant monteren.

 

DE SIDE-TONE BIJ CW ONTVANGEN.

Als die te zwak is kun je R144 bij de CW oscillator wat verkleinen.

 

DE MUTING VAN HET MICROFOONSIGNAAL BIJ ONTVANGEN.

Als je de microfoon aansluit hoor je die bij ontvangen en hij gaat rondzingen. Dat komt omdat er dan LF uit de microfoonversterker op de productdetector/balansmodulator komt.

Nu gebruik ik zelf een microfoon waarbij de PTT schakelaar ook de microfoon uitzet bij ontvangen. In de micro zit een 3 volt batterij die zowel de PTT als de microfoon van spanning voorziet. Dat gebeurt met twee transistoren. Als er belangstelling voor  is kunnen we het schema op de WEB-site zetten. Ook zijn er printjes en een beschrijving voor zo'n microfoon want hij wordt zo gebruikt bij de SSB-1 transceiver. Dat is de reden waarom ik er niet verder bij nagedacht heb hoe het bij deze transceiver moet. SRI!

Er zijn mensen die het probleem al op hun eigen manier opgelost hebben, bijvoorbeeld met een klein relais. Maar een goede oplossing geeft een schakeling zoals T4 en T5.

Die zorgt er voor dat bij zenden het laagfrequent van de ontvanger uitgeschakeld wordt want anders zou je ook dan de microfoon horen.

Belangrijk hierbij is dat het uit- en inschakelen "plopvrij" gebeurt. T5 is hiervoor als schakelaar gebruikt die het ontvanger laagfrequent bij zenden kortsluit. De collector staat op nul volt dus er is geen spanningsverandering die het ploppen zou kunnen veroorzaken. Zo'n zelfde schakeling maar dan met twee NPN transistoren kun je parallel zetten aan P2, de laagfrequent-regelaar voor de zender. Die sluit dan het LF kort bij ontvangen. P2 moet dan wel eerst DC-spanningsvrij gemaakt worden door een condensator in serie met R17 te zetten.

 

De eerste transistor van dat nieuwe schakelingetje is dan ook een NPN waarvan de basis met een weerstand aan de collector van T4 zit. We zullen er een schema'tje van maken en dat z.s.m. op de WEB-site zetten.

 

DVM EN Z'N VOEDING.

Ook als je de DVM alleen maar wilt uitproberen moet er een absolute scheiding zijn tussen de meetingang en de voeding. Als je voor de voeding van de DVM een voedingsapparaat gebruikt moet je voor de te meten spanning een batterij gebruiken. Monteer eerst de 10K weerstand zoals aangegeven. Als je in serie met de + van de meetingang een weerstand van 470K zet, zoals ook in de VFO, dan heeft de meter een bereik van ca. 3 tot 4 volt. Hij wijst dan van 0 tot 100 aan. Zie ook het bijgeleverde boekje voor de aansluitingen.

 

DE BRIEVEN EN E-MAILS.

Hier volgen een aantal opmerkingen en antwoorden naar aanleiding van jullie brieven, in willekeurige volgorde.

  • De AGC F/S In het bedradingschema staat die naar massa getekend maar hij moet aan de plus. Want dan is diode D5 in geleiding en staat R114 parallel aan R118 en is de AGC sneller. Dus "AGC" is snel en het onderste contact van de schakelaar komt aan de plus.
  • SSB Aanvulling op de verbeteringen. PA3GSB merkte op betreffende de TX CW oscillator: Er ontbreekt een spoortje van het knooppunt R136/D131 naar de source van T12.
  • SSB De spoeltjes L60 en L61. Zie voor de uitvoering de foto op de WEBsite.
  • De luidspreker Zie daarvoor het bedradingschema. Een van de twee aansluitingen gaat eerst naar de schakelaar en dan naar de controlbox. Er is dus geen extra draadje nodig.
  • VFO, de instelpotmeter Die dient er voor om bij gebruik van het memo de twee frequenties F1 en F2 aan elkaar gelijk te maken. F1 is de frequentie van de afstemknop en F2 is die van het memo. Voor het afregelen zoek je het fluitje van 7080 op en stel dat naar je eigen smaak in op een toontje van 400 tot 1000 Hertz. Zet nu memo aan en schakel tussen F1 en F2. Regel nu met P5 de toon in beide standen van de schakelaar aan elkaar gelijk.
  • VFO, een "Hik" effect bij AFT, de automatische PA0SKF meldde dit en hij vond de oorzaak in IC10-2. Door een C van 10nF over R56 was het over. Die kan zo op de print, de gaatjes zitten er al.

 

  • VFO, een klein PA0SKF meldt dit, bij overschakelen van normaal naar fijn-afstemming. Ik heb dat ook maar minder dan ca. 20 Hz. Je hoort het nauwelijks. Het ontstaat bij het omschakelen van IC12-2. Tijdens het omschakelen ontlaadt de memocondensator C36 een heel klein beetje. Hoe sneller hij omschakelt, hoe kleiner de frequentiesprong. De snelheid van omschakelen wordt mede bepaald door IC13-2. Maar dit treedt alleen op als het systeem omschakelt van normaal naar fijn en dan corrigeer je de frequentie toch al met de fijn-afstemming.

 

  • Bandenfilter, PA0MJK en PA0SKF. Beide hebben het opgelost met afschermingen en massaverbindingen. De hierboven aangegeven verandering van de versterking lost het probleem gemakkelijker op.

 

  • De opgenomen PA0VST meldde dit per telefoon, meer dan 600 mA. Maar later schreef hij dat de meter niet goed was. Nou Frans, schaam je niet, dat is mij ook heel vaak overkomen. Hij meet nu ongeveer 460 tot 470 mA en dat is prima. Ik meet 420 mA in het prototype maar het kan van set tot set best wat verschillen.

 

  • Een eindtrapje van 10 watt vraagt Als de drukte van pakjes en brieven voorbij is wil ik daar eens aan denken en dan speciaal iets met die goedkope schakel-FET's.

 

  • BFQ34T en De vraag komt uit Noorwegen van Peter Thus, LA8LJA. De BFQ34T is de kleine broer van de BFQ34 met de grote flaporen, HI. De kleine BFQ34T zit in de omzetters tussen de twee UHF filters. Voorzichtig uitsolderen!

 

  • Weer een brief van Sjoerd, 2 september waarin hij meldt dat alles werkt en dat hij mij hoort uit Frankrijk.

 

  • Brieven van Een aantal zaken daaruit is verwerkt in deze info 7.

 

  • Warmteontwikkeling in de 12 volt PA0MJK laat een deel van de 24 volt vallen over een externe weerstand zodat er minder warmte ontstaat in de stabilisatoren. De 24 volt staat wel op de loopfilter opamp van de banden synthesizer.

 

  • Verkeerde aanduiding schakelaar op de PA0MJK. Bij het prototype heette die SSB/CW en nu IF W/N. Dat klopt en info daarover vind je in info 5 onder "Schakelingen die toelichting behoeven".

 

  • Dan is er nog een aantal zaken in de brief zoals de vorm van de CW signalen, kwaliteit van de audio bij SSB, het type microfoon, en de AFT werking en nog andere Die zullen we in de volgende info bespreken.

 

73's van Jan, Piet en Freek.